Gedragsregels MfN-registermediator
Deze gedragsregels zijn een richtlijn voor het gedrag van de MfN-registermediator.
Zij dienen tevens als informatievoorziening voor betrokkenen en als maatstaf voor de tuchtrechter bij het toetsen van het handelen van de mediator.
Versie januari 2026 | © Mediatorsfederatie Nederland (MfN)
Gedragsregels voor de MfN-registermediator
1 Waar in dit document ‘hij’ staat, wordt ook ‘zij’, ‘hen’ en ‘die’ bedoeld.
2 Waar in dit document ‘zijn’ als bezittelijk voornaamwoord wordt gebruikt, wordt ook ‘haar’, ‘hun’ en ‘diens’
bedoeld.
3 Waar in dit document ‘hem’ staat, wordt ook ‘haar’, ‘hen’ en ‘die’ bedoeld.
1 – Beroepsethiek en integriteit
De mediator gedraagt zich zoals van een behoorlijk mediator mag worden verwacht.
Toelichting
Deze gedragsregel is de basis voor het optreden van de mediator en de kapstok voor alle overige
gedragsregels, die daarvan een uitwerking zijn. Integriteit is een kernwaarde voor de mediator. Van de
mediator mag worden verwacht dat hij1 zijn2 professionele code en de algemene sociale en ethische normen
en waarden naleeft en hanteert. Ook bij druk van buitenaf om hiervan af te wijken. De mediator treedt ten
minste op als een redelijk bekwaam en redelijk handelend mediator.
2 – Transparantie
De mediator verschaft de partijen duidelijkheid over het mediationproces.
Toelichting
Transparant handelen houdt in dat de mediator de partijen duidelijkheid verschaft over het mediationproces,
inclusief zijn eigen rol daarin. De mediator maakt kwesties met of tussen de partijen bespreekbaar en is
duidelijk over zijn werkwijze, zijn aanpak en wat de partijen van hem3 mogen verwachten. Openheid en
duidelijkheid zijn essentieel voor het opbouwen van vertrouwen en een goede werkrelatie met de partijen.
3 – Partijautonomie, commitment en vrijwilligheid
3.1 De mediator respecteert de autonomie van de partijen.
3.2 De mediator toetst de vrijwillige deelname en het commitment van de partijen.
3.3 De mediator doet geen uitspraak over de kwestie.
Toelichting
De mediator respecteert de autonomie van de partijen en toetst hun commitment en vrijwillige deelname aan
de mediation. De partijen maken zelf hun keuzes en dragen daarvoor ook de verantwoordelijkheid. De
mediator staat tussen de partijen en ondersteunt hen in het maken van hun keuzes en het zoeken naar een
oplossing. De mediator kan de partijen daarbij, met inachtneming van zijn onpartijdigheid, waar nodig
informatie verstrekken, zodat zij zich een weloverwogen beeld kunnen vormen en hun positie kunnen
bepalen.
De mediator doet geen uitspraak over de kwestie of een onderdeel daarvan. Hij neemt dus geen beslissing
over de inhoud van het conflict tussen de partijen. De mediator is ook terughoudend in het geven van zijn
mening en/of advies over wat een partij wel of niet zou moeten doen.
De mediator kan, als de partijen hiermee instemmen, mondeling of schriftelijk aanbevelingen of voorstellen
doen aan de partijen voor een oplossing. Hij zorgt ervoor dat hij bij deze aanbevelingen of voorstellen zijn
onpartijdige rol bewaakt.
De mediator wijst de partijen zo nodig op de mogelijkheid om externe adviseurs of deskundigen te
raadplegen tijdens de mediation.
4 – Onafhankelijkheid
4.1 De mediator stelt zich onafhankelijk op. Hij heeft geen belang dat zijn onafhankelijkheid zou kunnen
aantasten.
4.2 Als de mediator de kwestie niet op een onafhankelijke wijze kan begeleiden, aanvaardt hij de opdracht
niet of trekt hij zich terug.
Toelichting
De mediator die een belang bij de mediation heeft dat zijn onafhankelijkheid in de weg staat of zou kunnen
staan, neemt zijn benoeming niet aan. Dit belang zou kunnen liggen in een persoonlijke of zakelijke relatie
die de mediator of een van zijn kantoorgenoten heeft of heeft gehad met de partijen of met een van hen, of in
de uitkomst van de mediation. Hoewel provisieregelingen strikt genomen niet ongeoorloofd zijn, kunnen deze
onder omstandigheden strijdig zijn met de onafhankelijkheid van de mediator. Een regeling waarbij de
hoogte van het honorarium wordt bepaald door het resultaat van de mediation is in ieder geval in strijd met
de onafhankelijkheid van de mediator.
De mediator dient zich ook bewust te zijn van de mogelijke schijn van afhankelijkheid en dient daarnaar te
handelen. Hij verschaft de partijen duidelijkheid over zijn positie als zijn onafhankelijkheid ter discussie staat
of zou kunnen staan. Vervolgens vraagt hij de partijen of zij op deze basis met hem verder willen. De
mediator waakt ervoor dat hij zijn onafhankelijkheid tijdens de mediation bewaart. Zo nodig trekt hij zich
terug.
5 – Onpartijdigheid
5.1 De mediator is onpartijdig en handelt zonder vooringenomenheid.
5.2 Als de mediator de kwestie niet op een onpartijdige wijze kan begeleiden, aanvaardt hij de opdracht
niet of trekt hij zich terug.
Toelichting
Kenmerkend voor de mediator is zijn onpartijdige rol. Hij heeft een vertrouwenspositie ten opzichte van elk
van de partijen. De mediator geeft in woord en daad geen blijk van een voorkeur voor of van afkeuring van
(een van) de partijen of hun visies en handelt zonder vooringenomenheid ten opzichte van hen. Het
vertrouwen bij de partijen dat de mediator onpartijdig is, is essentieel voor de kwaliteit van het
mediationproces.
De mediator treedt alleen in die kwesties op waarin hij zijn onpartijdigheid kan bewaren. Hij waakt er steeds
voor dat zijn onpartijdigheid niet wordt aangetast door een oordeel over door de partijen ingebrachte
standpunten of belangen of door vooringenomenheid. Vooringenomenheid kan bijvoorbeeld ontstaan door
persoonlijke kenmerken, positie, religie of achtergrond van de partijen of van hemzelf.
Van de mediator mag worden verwacht dat hij zijn onpartijdige positie doorlopend bewaakt. Als het voor de
mediator onmogelijk is de mediation op een onpartijdige wijze te begeleiden, trekt hij zich daaruit terug.
6 – Vertrouwelijkheid
6.1 De mediator ziet erop toe dat alle betrokkenen bij de mediation zich verplichten de afspraken over de
vertrouwelijkheid van de mediation te respecteren.
6.2 De mediator heeft een geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 7 van het MfN-Mediationreglement.
6.3 De geheimhoudingsplicht duurt voort na het einde van de mediation.
Toelichting
Uitgangspunt is dat alles wat tijdens een mediation mondeling of schriftelijk wordt uitgewisseld, vertrouwelijk
is. Deze informatie mag tijdens of na afloop van de mediation niet buiten de mediation worden gebruikt,
tenzij de partijen daarover expliciet afwijkende afspraken maken met elkaar en met de mediator, bijvoorbeeld
als er terugkoppeling nodig is voor de voortgang van de mediation of voor de bekendmaking van het
resultaat van de mediation. Informatie die al openbaar of bekend was of kon zijn vóór de start van de
mediation valt buiten de geheimhoudingsplicht. De mediator heeft een inspanningsverplichting om er ook op
toe te zien dat alle betrokkenen bij het mediationproces hun geheimhoudingsverplichtingen nakomen en te
interveniëren als hem signalen bereiken dat dit niet gebeurt. Na het einde van de mediation is het niet meer
de verantwoordelijkheid van de mediator om erop toe te zien dat de partijen en de andere betrokkenen hun
eigen verplichtingen (waaronder hun geheimhoudingsverplichtingen) volgens de mediationovereenkomst
nakomen.
De mediator heeft een geheimhoudingsplicht ten aanzien van alles wat hij in zijn hoedanigheid als mediator
verneemt in zijn gesprekken met de partijen en andere bij de mediation betrokkenen zowel plenair als
afzonderlijk. Zijn geheimhoudingsplicht geldt ook voor verkennende (voor)gesprekken met de partijen
vóórdat met hen een mediationovereenkomst is gesloten. Een terugkoppeling van informatie door de
mediator naar verwijzers of opdrachtgevers die verder gaat dan een kennisgeving van het einde van de
mediation, gebeurt uitsluitend in overleg en met instemming van alle partijen.
Op de geheimhoudingsplicht van de mediator worden enkele uitzonderingen gemaakt die te vinden zijn in
artikel 7 van het MfN-Mediationreglement.
7 – Competentie
De mediator is vakbekwaam en neemt een mediation alleen aan wanneer hij over de nodige kennis,
vaardigheden en competenties beschikt om de mediation goed te laten verlopen.
Toelichting
Het kan voorkomen dat de mediator om de mediation goed te laten verlopen moet beschikken over
specifieke kwaliteiten naast de voor hem als MfN-registermediator vereiste kwaliteiten. In dat geval neemt hij
de mediation alleen aan als hij ook over die specifieke kwaliteiten beschikt of deze specifieke deskundigheid
met toestemming van de partijen met behulp van deskundige derden door hem kan worden ingebracht.
Van de mediator kan kennis van communicatie en conflictoplossing, onderhandelingsconcepten en
interventietechnieken worden verwacht. Dit kan ook inhoudelijke deskundigheid zijn op het terrein waarop de
kwestie zich afspeelt, in het bijzonder als de partijen de mediator juist met het oog daarop hebben
ingeschakeld. De vaardigheden die van de mediator mogen worden verwacht zijn bijvoorbeeld
interventietechnieken gericht op het herstel en/of verbeteren van de communicatie tussen de partijen, het
verhelderen van de kwestie, emoties en belangen, en de begeleiding van de onderhandelingen tussen de
partijen. De mediator beschikt verder over vaardigheden zoals het opstellen en bespreken van een
mediationovereenkomst en het (laten) vastleggen van afspraken in een vaststellingsovereenkomst of ander
afsprakendocument.
Essentie van de beroepshouding is dat de mediator integer en betrouwbaar is, zijn vak naar beste kunnen
uitoefent en de bereidheid heeft om zich doorlopend bij te scholen en verder te ontwikkelen als mediator.
Van de mediator mag worden verwacht dat hij evenwichtig, flexibel, empathisch en doortastend is en dat hij
goed kan opereren in een context waarin druk en tegenstrijdige belangen een onmiskenbare rol spelen.
8 – Werkwijze
8.1 De mediator is verantwoordelijk voor het mediationproces en bewaakt het verloop daarvan.
8.2 De mediator hanteert de aanpak die past bij de aard van de kwestie, de fase van het mediationproces
en de behoeften van de partijen.
8.3 De mediator sluit voorafgaand aan de mediation met alle partijen een schriftelijke
mediationovereenkomst die ten minste de vertrouwelijkheid en vrijwilligheid omvat.
8.4 De mediator betrekt geen derden bij de mediation, tenzij met toestemming van alle partijen.
8.5 Nadat de mediator het neutrale eindbericht heeft verzonden zoals bedoeld in artikel 8.2 MfNMediationreglement
eindigen de werkzaamheden van de mediator.
Toelichting
De essentie van de taak van de mediator is het begeleiden en bewaken van het mediationproces. De
mediator behandelt de mediation met de nodige voortvarendheid en maakt daarvoor voldoende tijd
beschikbaar. De mediator heeft de ruimte om zijn werkwijze en aanpak zodanig vorm te geven als nodig is
om het proces goed en professioneel te laten verlopen.
De mediator geeft uitleg over het mediationproces, de inhoud van de mediationovereenkomst en het MfNMediationreglement.
De mediator verifieert of de partijen begrijpen welke voorwaarden en consequenties er
aan ondertekening van de mediationovereenkomst zijn verbonden. De mediator bevordert een evenwichtige
behandeling van de kwestie en zet zich ervoor in dat iedere partij op gelijkwaardige wijze aan bod komt. Ook
zorgt de mediator dat iedere partij in voldoende mate de ruimte krijgt om zo nodig financiële, juridische,
psychologische of andere adviseurs te raadplegen.
De mediator is verantwoordelijk voor de contractuele vastlegging in de mediationovereenkomst van de
geheimhoudingsplicht van de partijen en hemzelf. De geheimhoudingsplicht van de partijen is vooral bedoeld
om te bevorderen dat zij vrijuit kunnen spreken tijdens de mediationgesprekken en dat daardoor vertrouwen
kan worden opgebouwd. De partijen en de mediator bespreken samen de omvang van de
geheimhoudingsplicht. De partijen bepalen samen of het voor de voortgang van de mediation nodig is dat
met bepaalde personen buiten de mediationtafel overleg plaatsheeft.
Na het einde van de mediation is het niet meer aan de mediator om erop toe te zien dat de partijen en
andere betrokkenen hun eigen verplichtingen (waaronder hun geheimhoudingsverplichtingen) volgens de
mediationovereenkomst nakomen.
9 – Honorarium en kosten
9.1 Voorafgaand aan de mediation maakt de mediator met de partijen een afspraak over zijn honorarium
en de bijkomende kosten en legt deze afspraak vast in de mediationovereenkomst.
9.2 Tenzij de mediator goede gronden heeft om aan te nemen dat de partijen niet in aanmerking kunnen
komen voor een mediationtoevoeging, is hij verplicht de partijen te wijzen op de mogelijkheid daartoe.
Wanneer de partijen mogelijk in aanmerking komen voor een mediationtoevoeging en niettemin
verkiezen daarvan geen gebruik te maken, legt de mediator dat schriftelijk vast.
9.3 De mediator zal voor een mediation waarin hij is toegevoegd voor zijn werkzaamheden van de partijen
geen vergoeding, in welke vorm dan ook, bedingen of in ontvangst nemen, afgezien van de door de
Raad voor Rechtsbijstand opgelegde eigen bijdrage.
9.4 Het is de mediator toegestaan een vast bedrag voor de mediation af te spreken.
9.5 De mediator zorgt voor een duidelijke, inzichtelijke declaratie.
Toelichting
Bij de start van de mediation maakt de mediator een duidelijke afspraak over zijn honorarium (of een vast
bedrag voor de mediation) en eventuele bijkomende kosten. In de mediationovereenkomst kan ook worden
volstaan met vermelding dat er afspraken over honorarium en kosten zijn gemaakt, zonder deze te
benoemen. Dit als de afspraken hierover elders zijn vastgelegd. De mediator spreekt met de partijen af wie
de kosten van de mediation draagt. De mediator specificeert zijn declaratie op een heldere manier. Hij houdt
een verrichtingenstaat bij en legt deze desgevraagd over, zodat het voor de partijen inzichtelijk is voor welke
werkzaamheden hij welke kosten in rekening brengt. Met het oog op de vertrouwelijkheid moet de mediator
zijn declaratie wel anonimiseren en de specificatie daarvan scheiden van de declaratie zelf. Op die manier
kunnen de vertegenwoordigers van de partijen de declaratie zonder het risico van schending van hun
geheimhoudingsverplichting voor betaling aan de administratie van hun organisatie doorsturen.
De partijen kunnen bij verschillende aandachtsgebieden (zie de link naar de Kenniswijzer van de RvR voor
de gebieden waarbinnen een toevoeging kan worden verstrekt wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden)
in aanmerking komen voor een mediationtoevoeging van de Raad voor Rechtsbijstand.
De mediator dient bij aanvang van de mediation te onderzoeken of de partijen (of een van hen) in
aanmerking komt/komen voor een mediationtoevoeging. Deze verplichting kan achterwege blijven wanneer
de mediator goede gronden heeft om aan te nemen dat de partijen (of een van hen) niet in aanmerking
komen voor een toevoeging. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de aard van het geschil niet
voldoet aan de inhoudelijke eisen van de Raad voor Rechtsbijstand of wanneer de draagkracht van de
partijen hoger is dan de inkomenseisen van de Raad voor Rechtsbijstand (zie www.rvr.org). Mediators die
niet zijn ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbijstand verwijzen de partijen die in aanmerking komen voor
een mediationtoevoeging in beginsel door naar een mediator die wel is ingeschreven bij de Raad voor
Rechtsbijstand.
Als een partij die recht heeft op vergoeding op basis van de Wet op de rechtsbijstand daarvan afziet, legt de
mediator dit schriftelijk vast.
De mediator mag – buiten de eigen bijdrage – in geen geval kosten in rekening brengen bij de partij op
toevoegingsbasis. Het in rekening brengen van kosten aan de partij op toevoegingsbasis is in strijd met de
bepalingen in de Wet op de rechtsbijstand (artikel 33e lid 3 en 38 lid 1) en met artikel 2 sub b van de
‘Inschrijvingsvoorwaarden mediators’ van de Raad voor Rechtsbijstand. Dit laat onverlet dat de mediator
voor zijn werkzaamheden op toevoegingsbasis een vergoeding van de Raad voor Rechtsbijstand ontvangt.
Contact met Mediatorsfederatie Nederland
E-mail: info@mediatorsfederatienl.nl
Tel.: 010 – 201 23 44
Adres: Westblaak 140,3012 KM Rotterdam
Postadres: Postbus 21499,3001 AL Rotterdam
